Wij gebruiken cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Directeuren toen en nu

13 april 2023
Directeurentoennu

“Het waterijsje ging zo de rugzak in”

Kees richtte de school op – samen met een enthousiast schoolbestuur - en Marianne is er sinds driekwart jaar directeur. Samen blikken ze terug op bijna vijftig jaar De Steenen Kamer in Zwijndrecht. Een gesprek over personeel, ouders en passend onderwijs. Hoe ging dat toen, en hoe is het nu?

De najaarszon schijnt, het is een zachte herfstdag als Kees (76) en Marianne (43) elkaar ontmoeten. Een wandeling in de wijk van de school leidt tot nieuwsgierigheid over verleden en heden. Het is 1973 als Kees Groeneveld samen met het toenmalige schoolbestuur De Steenen Kamer opricht, een lom-school (voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden) in Zwijndrecht. Kees: “Na mijn opleiding begon ik als vervanger op een reguliere lagere school. Maar na drie dagen zei de directeur: ‘Morgen komt de collega weer terug, dank voor je komst. Je kunt gaan werken in Hoogvliet. Daar heeft ons bestuur een leslocatie voor buitengewoon lager onderwijs, voor kinderen met problemen.’ Dat deed ik, maar niemand kende de oorzaak van de problemen van deze kinderen. Ik kan me nog goed een voorbeeld herinneren. Het waterijsje dat een leerling kreeg van zijn leerkracht verdween zo zijn rugzak in.


‘Een diagnose bestond nog niet’

Er was ook een leerling die ritmisch tegen mijn bureau bleef schoppen. Iedere keer dat hij dat deed, vouwde hij zijn duimstok uit en weer in. De hele dag door, van ’s ochtends tot ‘s middags. Niemand wist wat er met dat mannetje aan de hand was. Een diagnose bestond nog niet. Een aantal jaar later startten een aantal vrijwillige bestuurders de lom-school in Zwijndrecht. Ik solliciteerde op een vacature voor ‘hoofd der school’ en op 1 januari 1973 startten we.”

Marianne heeft ook een zwak voor kinderen die iets extra’s nodig hebben. Ze is nog in opleiding als een collega haar tipt voor een vso-lom school. “Dit past bij jou”, zei ze. Marianne werd verliefd op het type onderwijs: “Er werd zo’n veilige omgeving gecreëerd voor de leerlingen. Jaren later kwam de vacature voor directeur op De Steenen Kamer voorbij. Ik zie kinderen hier ontspannen als ze binnenkomen. Het tempo is lager en er is meer aandacht. Kinderen hebben vaak eerst lang op hun tenen moeten lopen. Ouders willen soms eerst helemaal niet komen, maar als zij eenmaal binnen zijn, krijg ik altijd positieve reacties over de sfeer op school.”


‘In mijn beginjaren werd er over de rug van ouders beslist’

Kees: “Voor mij is de verandering vooral zichtbaar in ‘De meester zegt het dus het zal wel waar zijn’. In mijn beginjaren in Hoogvliet, eind jaren 60, gaf de schoolarts een toelaatbaarheidsverklaring af en zei: ‘Zoek maar een school uit. Nu nemen ouders meer zelf het initiatief. Er werd dan ook over de rug van ouders beslist, als het ging om een verwijzing van hun kind naar bijvoorbeeld het lom-onderwijs.”

Marianne: “Dat kan echt niet meer. Wij leggen nu bewust contact met een ouder en kijken samen naar wat er nodig is. Ouders willen nu zelf de keuze maken voor een school.”

Kees: “Dat moet ook wel, zij moeten er zelf van overtuigd zijn dat hier de oplossing ligt. Ik denk dan ook dat ouders leidend kunnen zijn in de aanmelding voor het speciaal (basis) onderwijs.”

Marianne: “Laatst kwam er een ouder naar me toe met de vraag: “Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn kind zo snel mogelijk hier naartoe mag?” Zij kende de school, omdat ze hier al een kind heeft zitten.”

Kees: “Dan is het ook makkelijker om die stap te zetten. Voor sommige ouders geldt dat ze hun kind tegen alle verwachtingen in naar het speciaal (basis) onderwijs brengen. Maar na vijf jaar begeleiding vanuit de school zijn het dezelfde ouders die huilen van trots bij het verlaten van de school.”


‘Er zijn ouders die pleiten voor het speciaal onderwijs’

Marianne: “Er zijn ouders die pleiten voor het speciaal onderwijs, omdat hun kind hier gelukkiger is. Voor sommige kinderen is het ook lastig om een passende plek te vinden binnen het regulier onderwijs.”

Kees: “Het samenwerkingsverband passend onderwijs heeft nu een duidelijke taak: kinderen die onvoldoende profiteren van het regulier onderwijs gaan - onder bepaalde voorwaarden – naar het speciaal (basis) onderwijs. Zo is dat niet altijd geweest. De samenwerkingsverbanden bestonden al in 1989, toen nog vrijwillig. Volgens toenmalig staatssecretaris Ginjaar-Maas waren die samenwerkingsverbanden juist nodig. Zo kon de explosieve groei van het aantal leerlingen in de lom- en mlk-scholen worden verminderd. Ik werkte zelf ook voor het samenwerkingsverband, twee dagen per week. Mijn horizon lag ook wel buiten de school.”

Marianne: “Leerkrachten mochten altijd binnenlopen bij je. Maar als jij bij het samenwerkingsverband was, wie hield hier dan de deur open?”

Kees: “Ik had het voorrecht in de school te kunnen werken met een staforganisatie; de adjunct-directeur, de intern begeleider en een stafmedewerker met de dagelijkse leiding op school.”

Marianne: “Daar is wel flink in gesneden. We zetten nu in op zoveel mogelijk leerkrachten en onderwijsassistenten."

Kees: “Het probleem van het vinden van personeel heeft altijd bestaan. Enerzijds omdat mensen van de pabo zijn opgeleid voor het regulier basisonderwijs. Het speciaal onderwijs vraagt om extra kennis en vaardigheden.


‘Je moet uit een zeker hout gesneden zijn’

Marianne: “Ik onderschat werken in het regulier onderwijs ook niet. Ga maar voor een klas staan met dertig leerlingen met allemaal hun eigen onderwijsbehoefte. Collega’s hier realiseren zich wel dat ze de extra aandacht kúnnen geven. Maar ondanks dat je veel weet van een leerling - meer dan hoe dat vijftig jaar geleden was – blijft het een puzzel. Herken je dat, Kees?”

Kees: “Ons motto was altijd: Wij zetten ons in voor kinderen waar anderen gestopt zijn. Dat was de uitdaging als iemand kwam werken bij ons. Je moet uit een zeker hout gesneden zijn om in het speciaal onderwijs te kunnen werken.”

Marianne: “Dat is nog steeds vind ik. Wat is er veel veranderd in vijftig jaar hè, en ook weer niet.”

Marianne: 43 jaar

Opleiding: HBO lerarenopleiding Frans, Kweekvijver (opleiding voor leidinggevenden), Onderwijskunde Universiteit van Utrecht.

Is sinds januari 2022 directeur op De Steenen Kamer.

Houdt van: hardlopen, films en theater.

Kees: 76 jaar

Opleiding: Kweekschool met hoofdakte, middelbaar onderwijs handvaardigheid, Orthopedagogiek. Cursussen schoolleider.

Richtte in 1973 de school De Steenen Kamer op en ging in 2009 met vervroegd pensioen. Bleef nog een poos betrokken als directeur van het samenwerkingsverband Drechtsteden.

Houdt van: fietsen, wandelen, op vakantie gaan naar Oostenrijk.

De Steenen Kamer is een school voor speciaal basis onderwijs en opgericht in 1973 als de toenmalige lom-school.

Tekst: Anne van Bochove
Fotografie: Christine Reehorst